Zum Inhalt springen

Brüche berechnen

Breuken optellen, aftrekken, vermenigvuldigen of delen vraagt om een gemeenschappelijke noemer of het kruislings vermenigvuldigen. Vul beide breuken in en kies een bewerking voor een direct, vereenvoudigd antwoord.

Ergebnis

5/6

Resultaat

Als decimaal getal
0,8333
So wurde gerechnet
  1. 1Bewerking1/2 + 1/3 = 5/6
  2. 2Vereenvoudigdggd(5, 6) = 5/6

Formel

Optellen/aftrekken: (a×d ± c×b) / (b×d) — Vermenigvuldigen: (a×c) / (b×d) — Delen: (a×d) / (b×c)

Bij optellen en aftrekken maak je eerst een gemeenschappelijke noemer (b×d) en pas je de tellers daarop aan. Bij vermenigvuldigen vermenigvuldig je teller met teller en noemer met noemer. Bij delen vermenigvuldig je met de omgekeerde breuk. Het resultaat wordt daarna vereenvoudigd door te delen door de grootste gemene deler (ggd) van teller en noemer.

Beispielrechnungen

1/2 + 1/3

(1×3 + 1×2) / (2×3) = 5/6.

3/4 − 1/4

2/4, vereenvoudigd tot 1/2.

2/3 × 3/4

6/12, vereenvoudigd tot 1/2.

Häufige Fehler

  • Bij optellen of aftrekken de tellers direct bij elkaar optellen zonder eerst een gemeenschappelijke noemer te maken.
  • Bij delen vergeten om de tweede breuk om te draaien (het omgekeerde te nemen) voor je vermenigvuldigt.

Wann man es verwendet

  • Recepten aanpassen die met breuken werken, zoals 3/4 kop.
  • Huiswerk over breuken controleren.
  • Maten optellen bij klussen, zoals plankdiktes in inches.

Häufig gestellte Fragen

Waarom wordt mijn uitkomst automatisch vereenvoudigd?

Een vereenvoudigde breuk (zoals 1/2 in plaats van 2/4) is de standaardvorm en makkelijker te lezen en te vergelijken.

Kan ik negatieve breuken invullen?

Ja, vul een negatief getal in bij de teller of noemer; het teken wordt automatisch correct verwerkt in het resultaat.

Was this calculator helpful?